Meldpunt Actueel Debat vanaf 17.50 minuten.
Wieke Paulusma - D66
Harmen Krul - CDA
Hier te zien.
(In deze uitzending was eerder ook Julian Bushoff van Groen Links-PvdA te zien)
Tijdens het kijken naar Meldpunt Actueel Debat verbaasde me ik me over de kortzichtigheid van de CDA'er, Harmen Krul. Het vormde de aanzet voor deze weergave met kritische kanttekeningen.
D66, vertegenwoordigd door Wieke Paulusma, wil dat na de diagnose "dementie" de persoon binnen 3 maanden een gesprek met de huisarts heeft, voor steun, informatie, ed. Dat is mede gebaseerd op het feit dat veel mensen van slag raken als ze de diagnose horen en dat ze daardoor informatie die gegeven wordt missen. Daarnaast is er vaak sprake van vergeetachtigheid bij dementie. Dus herhaling van al gegeven informatie is zinvol. De CDA'er meent dat er in eerste instantie behoefte is aan rust, geborgenheid en nabijheid. Vervolgens merkt hij op dat het medicaliserend werkt. Men loopt het gevaar meer als patiënt, dan als mens te worden gezien. Hij vergeet dat dementie een medische diagnose is, dat iemand dus al in de medische wereld verzeild is geraakt. Dat iemand dus al opvallende gedrags- en soms ook medische kenmerken heeft die aandacht behoeven. De behoefte aan steun, geruststelling, etc etc is groot. Het is altijd voor iedereen fijn te weten dat er een vertrouwd iemand is die geraadpleegt kan worden. En, wat Wieke Paulusma zei: iemand wordt niet aan zijn haren naar de huisarts gesleept. Het is duidelijk dat Wieke Paulusma spreekt vanuit ervaring als wijkverpleegkundige en dat Harmen Krul geen gedegen ervaring met dementie heeft. Er is een groep is die de diagnose dementie het liefste wil negeren. Dit gedrag wordt door het CDA bevorderd. Hierdoor lopen mensen benodigde zorg mis. Wieke Paulusma merkt terecht op dat dementie een individueel proces is en men niet weet hoe langzaam of hoe snel het proces zal gaan. Zij wil dat men de tijd heeft wensen en verlangens uit te spreken en dat men zaken tijdig kan regelen. In dit gesprek kunnen ook de wensen omtrent het levenseinde worden besproken. Harmen Krul was zichtbaar geschokt. Volgens hem benadrukt een gesprek over levenseinde het patiënt zijn. Wieke Paulusma legt uit dat het juist gaat om zelfbeschikkingsrecht, en dat mag je een persoon niet ontnemen. Juist bij dementie komt het zelfbeschikkingsrecht enorm in het gedrang, omdat je op een gegeven moment niet meer de regie over je eigen leven kunt voeren en niet meer weet wie je bent. Punt is ook dat de wetgeving de mens geen andere keuze geeft dan al vroeg in het proces keuzes vast te leggen. Dan is men nog wilsbekwaam. Harmen Krul heeft duidelijk veel te weinig inzicht in dementie. Ook bij het onderwerp : keuzes tijdens het levenseinde, kwam dat duidelijk naar voren. Waar Wieke Paulusma benadrukt dat iedere mens een vrije keuze moet hebben over hoe men wil leven, en ook hoe men het levenseinde in wil richten, begint Harmen Krul te hakkelen en komt dan met het argument dat veel oudere mensen zich te veel voelen, dat ze het gevoel hebben anderen tot last te zijn, en dat euthanasie om die reden vaak wordt gekozen. Vervolgens ontkent hij regelrecht dat er mensen zijn die zelf aangeven dat hun leven voltooid is en dat ze daarom euthanasie willen.
En hij stelt dat mensen zelf die keuze niet mogen maken. Hij eindigt ermee dat als mensen zich overbodig en tot last voelen dat de maatschappij dan zegt dat zij een voltooid leven hebben. Weet hij eigenlijk wel iets van de euthanisiewetgeving? Niet de maatschappij, zelfs de familie niet, bepaalt of iemand euthanasie kan krijgen. Dat bepaalt de persoon zelf in samenspraak met deskundigen. Zich overbodig voelen is geen indicatie voor euthanasie. Op de wat langere termijn is het hebben van een vroeg gesprek met de huisarts ook belangrijk. Doordat de dementerende problemen gaat krijgen met het herkennen van personen, is het vertrouwd voelen en regelmatig zien van iemand die in de latere zorg een sleutelfiguur wordt enorm van belang. Men kan elkaar leren aanvoelen. Dat kost tijd, en herhaling. Het gesprek binnen drie maanden dient niet alleen de dementerende.
De mantelzorger mag ook wel wat steun krijgen. Dat voorkomt overbelasting en kan zorgen voor meer adequate zorg voor de dementerende. Te weten waneer je zorg moet en kunt inroepen is zo belangrijk!!
Dat je als individueel persoon wordt gezien, en niet als het hulpje. Het is spijtig dat het CDA een jonge man van 31 heeft gestuurd, die wel ervaring heeft als militair en bedrijfskundige, maar geen werkervaring in de dementiezorg. Het idee dat spreken over het levenseinde je tot patiënt maakt is zo ontzettend kortzichtig. Ik kom zelf regelmatig jongeren tegen die al over dit onderwerp nadenken en goed op de hoogte zijn van wat hun eigen ouders willen, zonder dat ze patiënt zijn of hun ouders als patiënt zien.
Photo: © Eliola
