Eigenlijk heb ik altijd de politiek in gewild.
Als een van de 2 eerste vrouwen op een Jezuïetencollege moest ik heel wat bevechten. Een dichte trap naar de bovenste verdieping, een lange broek mogen dragen i.p.v. een rok, maandverband en emmers op de toiletten.
Soms leek het meer op ontwikkelingshulp dan het creëren van normale faciliteiten.
(Maar wisten die mannen veel!)
Door de jaren heen zag ik veel, leerde ik veel, en vormde mijn eigen mening, die ik soms duidelijk formuleerde: in discussies, cabaret en uiteraard ook op papier. Gaandeweg leerde ik out-of-the-box denken, me waardevrij inleven in de denkwijzen van anderen en situaties en problemen doorzien.
Mijn studententijd was niet alleen een prima tijd voor studeren, feesten en hevige discussies, het gaf me ook inzicht in het hoe en waarom van conclusies die mensen trekken, en de tegenpool zijn.
Ik was goed op weg, totdat ik verliefd werd, nogal naïef het huwelijk intuinde (dat was toen nog), en opgeslokt werd in een druk gezin met kinderen die extra aandacht nodig hadden.
Ik leerde me tactisch uitdrukken. En onderhandelen.
En nog beter luisteren.
Af en toe kreeg ik de kans op de achtergrond wat te betekenen. Raad geven, reflecteren, ideeën spuien. De mogelijkheid makkelijk verbanden te zien en oplossingsgericht te denken heeft wat politici de kans gegeven zich te onderscheiden.
De kinderen zijn groot, man is overleden.
Op TV zie ik vrouwen debatteren, hun mening geven, en vechten voor noodzakelijkheden en wondermooie doelen. Vrouwen van mijn generatie.
De tijd van onderhandelen is weer aangebroken in de politiek.
Ik heb mijn sporen niet verdiend, dus met stemmen en een mailtje hier en daar is mijn rol beëindigd.
Jammer dat ik mijn ervaring niet kan gebruiken.
Eigenlijk had ik in de politiek gewild.
Photo: ©R23X